Het eertijdse klooster Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hove, in de volksmond het
"Rattenkasteel", maakt deel uit van de geschiedenis van Waarschoot. Het ligt aan
de basis van de ontginning van het noorderlijke deel van de gemeente, dat
voordien nog als jachtgebied van de graven van Vlaanderen fungeerde. De bouw van
het klooster werd in 1444 gestart door de orde van de Cisterciënzen, om voltooid
te zijn in 1448, jaar waarin de kloosterkerk werd ingewijd. Het klooster werd
menigmaal verwoest met het gevolg dat vanaf 1650 de orde haar toevlucht zocht in
de Genste Stoppelstraat nr 21. De orde werd afgeschaft in 1796. Uit de
bloeiperiode van dit klooster zou de oorsprong dateren van de grote
Sint-Ghislenus-ommegang (op zondag na 9 oktober) die, dank zij de genootschap
"Ons godsdienstig en Heemkundig Erfgoed" terug in voege werd gebracht.