Printvriendelijke versiePDFAAArss

geschiedenis van de textielnijverheid

Textiel was in Vlaanderen een belangrijke industrie. Oostvlaamse steden, waaronder Gent en Aalst, werden tijdens de 19de eeuw groot dankzij deze nijverheid. Grote namen uit de industrie zoals de Hemptinne, Lousberghs, Baertsoen en Buysse zijn niet alleen gekend in Gent maar ook in Waarschoot.

In 1881 bouwde in Waarschoot Beke de Gentse textielbaron Joseph de Hemptinne een textielfabriek. Waarschoot stapte mee op de trein van de industrialisatie. De streek in en rond Waarschoot kende voor de tijd al een belangrijke textielnijverheid. Het waren vooral boeren die thuis weefden om wat bij te verdienen. Hun vrouwen en kinderen spinden garen. In Gent begon de industrialisatie van de textiel pas echt toen Lieven Bauwens de mule jenny, een voor die tijd geavanceerde spinmachine en nog top secret, smokkelde uit Engeland. Hij startte in Gent een katoenfabriek en een machinefabriek zodat andere industriëlen ook zijn machine konden gebruiken in hun fabrieken. Hoewel in Gent grote fabrieken uit de grond rezen en duizenden arbeiders tewerkgesteld werden, hield de thuisnijverheid op het platteland stand. Katoen en lijnwaaduitgevers brachten hun grondstoffen naar de handwevers. Langzamerhand werden deze textieluitgevers in Waarschoot textielbaronnen.

Waarom Waarschoot de plaats werd van textielfabrieken heeft verscheidene redenen. In heel Vlaanderen was er thuisnijverheid om wat bij te verdienen maar in Waarschoot was de textielnijverheid door de eeuwen heen altijd heel belangrijk geweest. Er bestond in Waarschoot een traditie. De Lieve en de N9 die voor een rechtstreekse verbinding met Gent en Eeklo zorgden, maakte de ligging ideaal. De in 1902 opgerichte Vrije Nijverheidsschool, de Waarschootse Weefschool, leverde meer dan vijftig jaar geschoolde wevers.

Meer dan vijftig jaar later dan in Gent voltrok in Waarschoot hetzelfde procédé. Zakenlui die werk verschaften aan thuiswerkers kwamen tot het besluit dat, als je mensen samenbrengt in een zelfde gebouw, je meer controle hebt op de productie en op de arbeiders. In 1858 bouwde De Schepper de eerste fabriek in Waarschoot met een stoommachine in de Schoolstraat. Daarvoor had hij zijn werknemers al zeventien jaar samen ondergebracht in een vleugel van het kasteel op Beke waar hij zijn intrek had genomen.

In 1881 kocht de Hemptinne grond op Beke om er een weverij te bouwen. Hij deed dat op vraag van Pastoor Van Dorpe én tijdens de schoolstrijd in het begin van de jaren 1880. De liberale partij kwam in 1878 aan de macht en diende een wetsvoorstel in om godsdienstonderwijs uit het gemeentelijke onderwijs te schrappen en elke gemeente moest een neutrale school hebben. De bisschoppen riepen daarna alle pastoors op om zelf scholen op te richten en de mensen te verbieden hun kinderen naar gemeentescholen te sturen. De Schepper was een liberaal in hart en nieren. Hij verplichtte zijn arbeiders hun kinderen naar de gemeentescholen te sturen. Pastoor Van Dorpe vroeg aan zijn katholieke vriend, Joseph de Hemptinne, om een katholieke fabriek te bouwen als tegenhanger van "De Blauwe Fabriek".

Joseph de Hemptinne wou er ook een vrije school en een kapel bouwen. Hij verplichtte zijn werknemers twee keer per dag te bidden en ze moesten minstens een keer per jaar op bedevaart naar Oostakker-Lourdes. De fabriek werd in de volksmond al snel "De Heilige Vader" genoemd. De fabriek begon met slechts twintig getouwen maar stelde op zijn hoogtepunt achthonderd arbeiders te werk.

Tijdens de eerste Wereldoorlog werd de fabriek ontmanteld maar na de oorlog herstartte ze de werkzaamheden met groot succes. Het was de beurscrash van Wall Street in 1929 die de fabriek de das omdeed. In 1931 moest de fabriek fusioneren met de S.A. Florida uit Gent maar drie jaar later legde men de boeken neer. De fabriek werd afgebroken in 1936. De naaste buur, Brouwerij De Zwaan, deelde in de economische klappen en sloot rond dezelfde periode de deuren.

Ondertussen was het gehucht uitgegroeid tot een volwaardige parochie. In 1930 werd Jozef Schoorman pastoor van de nieuwe Sint-Maurusparochie. Hij bouwde een kerk langs de grote baan want de kerken van Waarschoot en Zomergem lagen te ver. Drankmisbruik en een losbandig en zedeloos leven, typisch voor de omgeving rond een fabriek, kenmerkte de parochie. Maar door de sluiting van de fabriek, de S.A. Loousberghs, en door het rechttrekken van de N9 werd de parochie een stille hoek.

Op de plaats van de textielfabriek werd een sociale woonwijk gebouwd. De heropleving van de wijk is te danken aan Frans Coopman. Hij kocht de gebouwen van brouwerij De Zwaan en richtte die in tot paardenslachterij. Later groeide die uit tot Ter Beke.

Bron: Het Nieuwsblad, 23-02-2001, katern Streeknieuws Eeklo-Deinze-Gent, Lieve Vleurick, "Van gehucht tot parochie" in de reeks "100 jaar geleden".